Het lectoraat “Kunstenaarstheorieën en de artistieke praktijk” onderzoekt de rol en betekenis van de theorie in de praktijk van kunstenaar en vormgever. Iedere kunstenaar werkt, meer of minder bewust, vanuit een theorie of visie. Het denken van kunstenaars en vormgevers is niet gericht op het weten als doel op zichzelf; hun theorieën hebben tot doel het verkrijgen van inzicht in het eigen werk.Aan de kunstacademie krijgen kunstenaarstheorieën via de docenten een neerslag in het onderwijs. Dit onderwijs is, met name in de hogere jaren, gericht op de bewustmaking bij de student van de rol van het reflexieve denken in het scheppend proces. Van de student wordt verwacht dat hij tijdens zijn academiejaren een begin maakt met het ontwikkelen van zijn eigen kunstenaarstheorie.
Een kunstenaarstheorie of visie hoeft niet door de kunstenaar als zodanig te zijn omschreven, maar kan ook door de beschouwer uit het werk en de uitlatingen van de kunstenaar/vormgever worden gedestilleerd. De theorie hoeft dus niet per se door de kunstenaar als zodanig te worden benoemd. Veel beeldende kunstenaars hebben een zekere aversie tegen het verwoorden van hun manier van denken, en tegen theoretiseren. Hoe onbewust of non-verbaal de reflectie in sommige gevallen ook mag zijn, er kan geen interessant oeuvre ontstaan zonder een samenhangende manier van denken.
Er is tegenwoordig steeds meer aandacht, zowel bij kunstenaars als bij theoretici, voor het theoretische aspect van de kunstpraktijk, en voor de cognitieve functie van het kunstwerk: kunst als manier om de werkelijkheid te leren kennen. De praktijk van hedendaagse kunstenaars kenmerkt zich veelal door een voortdurende reflectie op de betekenis van het eigen handelen.
Deze ontwikkeling gaat hand in hand met de hervorming van het hoger onderwijs. De invoering, op Europees niveau, van de bachelors/masters structuur aan universiteiten en hogescholen, vraagt om een bezinning op het onderzoeksgehalte van de kunstpraktijk. De wisselwerking tussen onderwijs en onderzoek dient, behalve aan de universiteiten, nu immers ook gestalte te krijgen aan de kunstacademies. Hierbij doet zich ook de vraag voor hoe het WO en HBO kunnen samenwerken.
Het onderzoek naar kunstenaarstheorieën en de wijze waarop die verbonden zijn met de praktijk zal worden gedaan in nauwe samenwerking met een aantal kunstenaars, theoretici en wetenschappers, die samen de kenniskring van dit lectoraat vormen. Het is de bedoeling dat t.z.t. ook studenten bij het onderzoek betrokken worden.
Belangrijke vragen voor de omschrijving van een kunstenaarstheorie zijn:
- Wat zegt de kunstenaar over de functie van het kunstwerk?
- Speelt een esthetisch oordeel hier een rol, en wat is een esthetisch oordeel?
- Wat zegt deze theorie over de rol van de beschouwer bij de waarneming en interpretatie van dit werk?
- Wat maakt het werk, volgens deze theorie, tot kunst?
- Met welke algemene kunsttheorie is deze kunstenaarstheorie verwant?
- Uit wat voor bronnen put de kunstenaar om zijn theoretische noties aan te vullen?
- Rekent de kunstenaar zijn theoretische uitingen tot zijn oeuvre, of hebben ze een andere functie of status, en zo ja, welke?
Denkprocessen in de kunst
Beschrijving van het lectoraatsonderzoek
door Michael van Hoogenhuyze
Hoorcollege geschiedenis van de kunsttheorie
Samenvattingen van het hoorcollege Geschiedenis van de kunsttheorie
door Michael van Hoogenhuyze
Inleiding kunstfilosofie
Verzameling teksten ter inleiding in de kunstfilosofie
door Onno Schilstra
Klassieke esthetica
Links naar online klassieke teksten
VOORBEELD 2007
Alles over het lectoraatsproject VOORBEELD 2007
Cursus perspectief
Online cursus perspectieftekenen
door J.H. Breeschoten
Scriptieprijs 2006
Tekst van het Juryrapport bij de uitreiking van de Scriptieprijs 2006.