
In de loop van de studie kwalificeert de student zich in toenemende mate tot het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar, die bijdraagt aan de verdere professionalisering van de eigen beroepsuitoefening c.q. het beroep. De onderwijsprogramma’s van de Academie kunnen worden opgevat als een voorafschaduwing van de latere beroepspraktijk: studenten komen in alle leerjaren in verschillende vormen de beroepspraktijk tegen en maken zich in toenemende mate onderdelen daarvan eigen. Dit begint met praktijkkennismaking tijdens het onderwijs dat door kunstenaars en ontwerpers wordt gegeven die vrijwel allen een eigen beroepspraktijk hebben. Meer expliciet wordt de link met de beroepspraktijk gemaakt door middel van het participeren in interne projecten, het houden van interne en externe exposities en het volgen van lezingen en workshops. Extern wordt de link gemaakt door het bezoeken van ondermeer tentoonstellingen en (participeren in) manifestaties.
Er is in de studie een doorgaande lijn te zien van beroepsoriëntatie naar beroepsvoorbereiding. Hierbij wordt in toenemende mate een beroep gedaan op het zelfstandig functioneren van de student. In een tabel ziet het er zo uit:
| jaar |
functie |
voorbeeld activiteit |
| 1. Propedeuse |
beroepsoriëntatie |
atelier/studiobezoek |
| 2. Vakstudie |
beroepsoriëntatie |
project, productie, documentatie, |
| 3. Vakstudie |
beroepsvoorbereiding |
stage GO vt en F vt |
| 4. Eindfase |
beroepsvoorbereiding |
stage IA vt en TM vt /afstudeerwerk |
Beroepsoriëntatie/werkveldverkenning in de propedeuse
Juist in het eerste jaar is het voor student en Academie van belang dat er een oriëntatie op het beroep plaatsvindt. Zowel de KABK als de student moet de afweging kunnen maken of de student de juiste opleiding volgt. Studenten brengen alleen of groepsgewijs bezoek aan tentoonstellingen, een ontwerper of beeldend kunstenaar en doen hiervan verslag. Dit kan tevens dienen als training van de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid en eventueel toegelicht worden in een mondelinge presentatie. Deze beroepsoriëntatie is binnen elke studierichting een onderdeel van het programma.
Beroepsvoorbereiding in de vakstudiefase
In de vakstudiefase wordt de student zelfstandiger en beschikt hij over meer vaktechnische en artistieke vaardigheden en meer conceptuele en theoretische kennis. Studenten zijn op hun plaats op de opleiding. Zij willen beeldend kunstenaar of ontwerper worden en de eigen beroepspraktijk komt dichterbij.
Deelname aan workshops en projecten of producties is een methode om de beroepsvoorbereiding te intensiveren. Binnen elke studierichtng worden methoden gebruikt die het best aansluiten bij dat domein. Enkele methoden om de student voor te bereiden op het beroep en zich te leren presenteren als ontwerper of kunstenaar zijn:
- casestudy: binnen het praktijkonderwijs is er een lijn van gefingeerde opdrachten (soms simulaties) naar het omgaan met een authentiek praktijkprobleem (casus);
- het (leren) documenteren van het eigen werk in een portfolio, eventueel digitaal als het werk zich daarvoor leent;
- het digitaal vastleggen van de verslaglegging van projecten, producties en workshops;
- het maken van een beschrijving van het werk dat gepresenteerd wordt op de collectieve beoordeling.
Bij Fotografie en Grafisch Ontwerpen valt de stage in het derde studiejaar; bij Interieurarchitectuur en Textiel en Mode in het laatste jaar.
Beroepsvoorbereiding in het afstudeertraject/de eindstudiefase
De tweede helft van het vierde jaar voltijd en de tweede helft van het vijfde jaar deeltijd laat de student zien dat hij zelfstandig als een professional kan werken. De begeleiding vindt dan ook vanuit die optiek plaats. De eindscriptie en het eindexamenwerk zijn beide elementen waarin de student een artistiek statement kan maken.