Het onderwijs wordt beschreven aan de hand van drie, deels overlappende,
competentiedomeinen: Artistiek/vaktechnisch domein, Theoretisch domein en
Professioneel/maatschappelijk domein:
Artistiek/vaktechnisch domein
Binnen het artistiek vaktechnisch domein ontwikkel je vooral je creërend vermogen en je vermogen tot kritische reflectie. Deze vermogens of competenties worden als de meest typerende en belangrijkste beschouwd voor de afstuderende student in het beeldende kunstonderwijs. Alle kunst- en ontwerpvakken ontwikkelen je vermogens op dit terrein.
Theoretisch domein
Het maken van kunst en het ontwerpen is intellectuele arbeid. Kunst en ontwerp worden op basis van artistieke doelstellingen gewogen naar relevantie voor (inter-) nationaal gehanteerde maatstaven van de beroepspraktijk. Dat maakt dat kennis van de theorie van het beroep een noodzakelijk bestanddeel van de competenties van de kunstenaar of ontwerper is.
Professioneel/maatschappelijk domein
In dit domein komen bijna alle competenties of vermogens aan de orde: vermogen tot kritische reflectie, vermogen tot groei en vernieuwing en het organiserend en communicatief vermogen, alsmede de omgevingsgerichtheid en het vermogen tot samenwerken.
De competenties op propedeuse niveau worden in relatie met de oriënterende, selecterende en verwijzende functie van deze studiefase, door de volgende vakken geactiveerd:
| - ruimtelijk 1 en ruimtelijk 2 |
| - fotografie/video |
| - grafiek |
| - schilderen |
| - algemene kunstgeschiedenis |
| - kunstoriëntatie |
| - sectieoriëntatie (sem. 2) |
| - Berlijn excursie (sem. 1) |
| |
Het creërend vermogen wordt in alle praktische vakken aangewakkerd, door opdrachten in het 2- dimensionale, het 3- dimensionale en het lensgebonden spectrum van de beeldende kunsten. Hetzelfde geldt voor de competenties vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot innovatie en groei, omdat de resultaten van de opdrachten, door docenten en studenten, op hun formele en inhoudelijke kwaliteiten worden geanalyseerd. Het resultaat van deze analyse is aanleiding tot nieuwe opdrachten.
Het organiserend vermogen voor zover het betreft het praktisch organiseren van de formele problemen die zich voordoen bij de aansluiting van inhoud op vorm, zijn onlosmakelijk verbonden met het hierboven beschreven proces van maken en gemaakt worden: eerst maak je iets, en vervolgens komen daar na kritische reflectie de opdrachten tot nieuw werk uit voort, maar ook de aanleiding tot het herzien van de interne organisatie van werk en het aanpassen van fysieke aspecten van het productieproces.
De theoretische kant van het organiseren, komt aan de orde in het vak kunstoriëntatie waarin de student door een intensief programma wordt geconfronteerd met de beroepspraktijk en met de organisatorische aspecten daarvan. Verder is er (beperkt) sprake van deelname aan het Vuurdoopprogramma, en houdt de student een werkboek bij waarin ontwikkelingen worden vastgelegd en becommentarieerd.
Het Vuurdoopprogramma
is een tentoonstellingscyclus in de voormalige docentkamer, waarin studenten in een week tijds alle aspecten van het maken van een solo- of groepstentoonstelling doorlopen: inrichten, uitnodiging ontwerpen, openen, openbare discussie, documenteren, uitruimen.
Het communicatief vermogen wordt ontwikkeld bij alle situaties waarin studenten hun of andermans werk, presenteren en toelichten, in het Vuurdoopprogramma, in de verslagen die ze schrijven voor het vak kunstoriëntatie en door de referaten die ze houden voor het vak algemene kunstgeschiedenis.
Omgevingsgerichtheid wordt eveneens aangebracht door het vak kunstoriëntatie, de jaarlijkse Berlijnexcursie, andere excursies, zoals de Biënnale van Venetië en de Documenta.
Het vak algemene kunstgeschiedenis opent de ruimte van principes en factoren die kunst en cultuur gevormd hebben van de vroege tijd tot aan de Romantiek.
Het samenwerkend vermogen in de propedeuse wordt ontwikkeld doordat de studenten gezamenlijk hun presentaties tijdens beoordelingen en voortgangsbesprekingen organiseren, gezamenlijk acties ondernemen op de Open Dag, en gezamenlijk voorstellen doen voor de academiebrede propedeuse projectweek.
Overigens is het pedagogisch klimaat doordrenkt van het idee dat van elkaars inzichten, ideeën en problemen veel geleerd kan worden.
Artistiek/vaktechnisch domein
Algemeen beeldende ontwikkeling in de propedeuse betreft het leren van vaardigheden die samenhangen met aspecten van het werken in de 2- dimensionaliteit, door het vak tekenen 1. Dit is tekenen naar de waarneming, waarbij de hand – oog coördinatie wordt geoefend op de problematiek van vorm, maat, plasticiteit, tonaliteit, kleur, lijn, compositie, stofuitdrukking etc.
Hetzelfde gebeurt in het vak schilderen en grafiek, waar achtereenvolgens de aquarel- de olieverf- en de grafische technieken de media zijn waarbinnen die problematiek wordt geplaatst.Evenzo vindt dat plaats in het vak ruimtelijk 1, waarbij onder meer wordt geboetseerd, het construeren met verschillende materialen en volgens verschillen methoden in de ruimte wordt gethematiseerd, de betekenis van artefacten in relatie tot de ruimte wordt behandeld, en het nabeeld aan de orde komt. Het vak fotografie/video beweegt zich over de grenzen van het algemeen vormende heen, in de richting van conceptontwikkeling, omdat de lens als verlengstuk van het oog, wordt gehanteerd als een zoekinstrument dat persoonlijke onderwerpen en thema’s kan verzamelen.
Het vakmatig terrein van de filmische expressie wordt aangeleerd vanaf de camera obscura, via de analoge en de digitale camera, naar de videocamera en digitale beeldbewerkingmachines.
Conceptontwikkeling
Met conceptontwikkeling wordt hier bedoeld, het inrichten van een stapsgewijs verlopend proces, waarbij een inspirerende aanleiding tot werk, wordt onthuld, en gaandeweg begrepen, door middel van theoretisch en praktisch handelen.
Het begint met de onbevangen registratie van die aanleiding, het materialiseren daarvan in schetsen, modellen, ontwerpen en aanzetten, en het zoeken van een voedende context door bronnenonderzoek.
Dit gebeurt voor wat de 2- dimensionaliteit betreft door het vak tekenen 2, en voor de 3- dimensionaliteit door het vak ruimtelijk 2.
De propedeuse kent geen ondersteunende vakken, anders dan het filmprogramma, dat als een annex van het vak algemene kunstgeschiedenis gezien kan worden.
Het filmprogramma geeft in maandelijkse voorstellingen, met een inleiding, een overzicht van de
‘klassieken’ uit de filmgeschiedenis.
Theoretisch domein
In een van alle propedeusestudenten georganiseerd collegeaanbod komt algemene en cultuurgeschiedenis aan bod. De algemene kunstgeschiedenis omvat de ontwikkelingen in de beeldende kunst en architectuur vanaf de vroege tijd tot en met de Romantiek.
Dit gebeurt aan de hand van ‘A World History of Art’ van Honor en Fleming, en diverse artikelen. Elk semester wordt afgesloten met een tentamen, studenten krijgen schrijfopdrachten, en houden minimaal een referaat per jaar.
Ieder jaar gaan de studenten na het eerste semester een week op excursie naar Berlijn. Deze excursie wordt voorbereid door een reeks van colleges waarin de culturele toestand van die stad wordt behandeld in samenhang met historische, politieke, sociale en geografische factoren. Deze cyclus wordt afgesloten met een tentamen. De excursie omvat bezoeken aan instellingen van klassieke en moderne kunst, architectuur en theaters. Bij het vak kunstoriëntatie wordt het spanningsveld onderzocht, tussen artistiek inhoudelijke ambities en hoe die in het publieke domein kunnen functioneren. Dat vindt zijn beslag door de plekken te bezoeken waar dit spanningsveld wordt opgewekt, en/of tot uitdrukking komt. In ateliers, in kunstenaarsinitiatieven, galerieën en musea. Gesprekken en interviews maken hier deel van uit. Studenten schrijven verslagen van deze bezoeken.
Professioneel/maatschappelijk domein
De beroepsvoorbereiding in de propedeuse geschiedt door het vak kunstoriëntatie, zoals hierboven beschreven; verder door deelname aan het vuurdoopprogramma, het organiseren van de presentaties bij beoordelingen en voortgangsbesprekingen, en de sectieoriëntatie lessen waarbij de studenten in cycli van 3 lesdagen kennismaken met het disciplinair klimaat, de daarbij behorende beroepsprofielen en het docentencorps van de vier secties van de hoofdfase.
(uitgebreide vakbeschrijvingen zijn in aparte dossiers aanwezig)
Profiel van de secties:
Sectie Schilderen
Het disciplinaire domein wordt gedefinieerd door alle denkbare vormen van schilder- en tekenkunst en mengvormen daarvan.De meest gekende daarvan zijn, de gouache- de aquarelleer-, de olieverf- en de temperatechniek.
Maar waar de overdracht van beelden voor een belangrijk gedeelte wordt bepaald door kleur, doen zich tal van nieuwe expressiemiddelen voor in dit domein, zoals de fotografie, (filmische)projecties en digitale media.
Sectie Grafiek
Alle denkbare grafische technieken van de ets, litho, houtsnede, mezzotint, zeefdruk en offset, tot fotografische en digitale technieken bepalen het disciplinaire domein.
Hoewel het werken in oplages een natuurlijk gevolg is van de diverse grafische technieken, is het verwerken van een oplage tot een uniek werk een interessante optie. Evenals de productie van boeken, affiches en kunstwerken die in een periodieke vorm verschijnen via traditionele of gedigitaliseerde wegen.
Sectie Autonoom
De sectie Autonoom kenmerkt zich door de afwezigheid van een disciplinaire concentratie of beperking. Studenten en docenten verenigen zich op een inhoudelijke onderzoeksambitie., Deze verschilt van student tot student in disciplinair opzicht.
Sociale structuren leveren materiaal voor onderzoek en producties. Theatrale ensceneringen, video-installaties en fotowerken zijn hier het gevolg van, maar ook tekeningen en/of schilderijen.
Sectie 3D
Het disciplinaire klimaat van de sectie 3D wordt getoonzet in het 2de studiejaar. Hierin wordt zowel de klassieke sculptuur door middel van het zogenaamde ‘Groot Beeld’ project gethematiseerd, alsook onderzoek gedaan naar de betekenis van ruimte en 3-dimensionaliteit in al haar betekenissen.
Zo worden de studenten geconfronteerd met de reikwijdte van hedendaagse opvattingen van sculpturaliteit en ruimte.
Onderzoeksvragen, opdrachten, al of niet voor de publieke ruimte, en presentaties sturen hen hierbij.
Dit leidt ondermeer tot sculptuur in de traditionele zin van het woord, architectuur of voorstellen daartoe, video-installaties en fotowerken.
COMPETENTIES JAAR 2
Het centrale leerdoel voor het tweede studiejaar van alle secties is het opgang brengen en houden van een stroom van beeldende producten die een onderzoekend karakter hebben; de analyse daarvan op zwakte en potentie met betrekking tot inhoud en vorm, de reflectie daarop d.m.v. geschreven en gesproken toelichtingen, de oefening in het objectiveren van werk, en het aanknopen van betrekkingen met een artistiek/maatschappelijke context.
Hoewel dat in onderscheiden disciplinaire settingen gebeurt, worden de competenties voor het tweede studiejaar voor de gehele afdeling in relatie met dit leerdoel door de hieronder beschreven vakken geactiveerd:
VAK 1 INHOUD/VORM: omvat de problematiek die zich voordoet in het spanningsveld tussen inhoud en vorm. Formele problemen in relatie tot thematisch onderzoek. Het leren onderscheiden van onderwerp en thema, metaforische en beeldretorische aspecten die hier op inspelen.
VAK 2 PROCES:
Omvat de procesproblematiek. Hierin staat centraal hoe de bevindingen die analyse van en reflectie op het werk, geactiveerd moeten worden in een voor de student efficiënte materiele (de praktische component) en theoretische structuur; waarmee wordt bedoeld het ontwikkelen van een voedende artistieke context (de theoretische component).
VAK 3 OVERDRACHT :
Omvat de overdrachtsproblematiek. Hoe de artistieke kwaliteiten en ambities tot een publieke factor te maken, in samenhang met de beroepsmatige aspecten van het kunstenaarschap.
VAK 4 THEORIE :
Omvat theoretische problemen die met het kunstenaarschap samenhangen. Wordt verderop per studiejaar in het theoretisch domein beschreven.
Hoewel de vakken afgebakende gebieden veronderstellen, is er in de geïntegreerde benadering van het beeldende kunstonderwijs op de KABK, voortdurend sprake van overlapping.
De vakken worden per studiejaar gelinkt aan het centrale leerdoel van dat jaar.
Het creërend vermogen, het vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot groei en vernieuwing, wordt aangewakkerd door het vak ‘inhoud/vorm’ en het vak ‘proces’, doordat de stroom van beelden wordt ingezet als een onderzoek naar de diverse aspecten van betekenisvorming in een beeld, voor het onderzoek naar de articulatie van maat en ruimte, voor het vaststellen van zwaktes en potenties in formeel en inhoudelijk opzicht, en de consequenties die hieruit voortkomen m.b.t. het gebruik van media en disciplines.
De theoretische component van het vak ‘proces’ stimuleert het zoeken van een voedende context, als een factor tot groei en vernieuwing.
Het organiserend vermogen wordt eveneens ontwikkeld in het vak ‘proces’, waarbij het bronnenboek en de werkplannen een documenterende functie hebben.
Communicerend vermogen en omgevingsgerichtheid krijgen aandacht in de vakken ‘inhoud/vorm’ en ‘proces’, maar het zijn vooral de vakken ‘overdracht’ en ‘theorie’ waar deze vaardigheden worden gecentraliseerd door het maken van tentoonstellingen, door de oefening in de verbale en schriftelijke communicatie over eigen en andermans werk, en doordat deze vakken historische en actuele artistieke contexten openbaren, benevens de factoren die daar een vormende invloed op hebben (gehad).
Het vermogen tot samenwerken wordt gestimuleerd door dat studenten letterlijk samenwerken in een grote atelierruimte, gezamenlijk in- en externe projecten en tentoonstellingen organiseren in het kader van het vak ‘overdracht’, en in gezamenlijkheid een tijds- en ruimteplanning moeten maken voor de presentaties ten behoeven van de beoordelingen en de voortgangsbesprekingen.
Artistiek/vaktechnisch domein
Algemeen beeldende ontwikkeling
Algemeen beeldende ontwikkeling in het tweede jaar manifesteert zich onderscheidend in de vier secties binnen hun disciplinaire idioom, maar gelijkzaam in relatie in relatie tot de belangrijkste doelstelling van dit studiejaar: het tot stand brengen van een stroom van beelden die inzet is van tal van analyserende en reflecterende ingrepen.
Bij de sectie schilderen wordt hiertoe geschilderd en getekend in alle denkbare media, en worden er diverse workshops georganiseerd, zoals bijv. een tempera workshop.
Bij grafiek worden alle grafische technieken gebezigd en wordt het zgn. Groot grafiek project georganiseerd waarbij de grenzen van de grafiek worden verkend.
Bij Autonoom heerst een interdisciplinair klimaat maar worden wel workshops gegeven op het terrein van theater, geluid, en diverse sensorische gebieden.
Bij 3D staat onderzoek naar materialiteit, structuur, constructie en betekenis en kwaliteit en status van ruimte centraal. Er worden beelden en objecten gemaakt in alle mogelijke materialen, maar de toon wordt gezet door het ‘Groot Beeld’ waarbij gedurende het gehele jaar wordt gewerkt aan een meer dan levensgrote gipsen sculptuur naar levend model. Hierbij worden alle stadia van het productieproces van de ‘klassieke’sculptuur doorlopen.
Conceptontwikkeling
De conceptontwikkeling zoals gedefinieerd bij de propedeuse, is evenzo van toepassing op deze studiefase en richt zich op de stroom van beelden met de bedoeling daar een regulerende invloed op te krijgen, zodat die een herkenbare bestemming krijgt. Conceptontwikkeling komt in alle praktijkvakken aan de orde omdat de vraag naar het thema uit alle lessituaties opwelt.
In het vak ‘proces’ echter wordt deze vraag verbijzonderd door haar te verbinden met het organiseren van praktische en theoretische structuren, opdat er een efficiënte bedding ontstaat voor verdieping en verbreding van het onderzoek naar dat thema en/of de artistieke ambitie.
Ondersteunende vakken
Ondersteunende vakken zijn er in de vorm van de diverse introductiecursussen die academiebreed worden aangeboden.
Er zijn keuzevakken en minors in samenwerking met de Universiteit Leiden.
Er zijn de facultatieve activiteiten in het kader van de Studium Generale en ’t Hart.
Er is het filmprogramma.
Er zijn gastdocenten.
Theoretisch domein
Hoewel alle ‘praktische’ vakken theoretische componenten bevatten, denk aan tentoonstellingstheorie die zich in het vak ‘overdracht’ ophoudt, metaforen, symboliek, stijl en stilering die onvervreemdbaar verbonden zijn met het vak ‘inhoud/vorm’, en de theoretische component in het vak ‘proces’,
blijft het vak ‘theorie’ hier de belangrijkste basis voor theoretische kennis en vaardigheden. Het programma voor de gehele afdeling wordt aldus ingevuld:
Het verwerven van kennis van de kunstgeschiedenis vanaf de Romantiek tot aan het heden, doormiddel van colleges, dagexcursies naar tentoonstellingen, en groepsgesprekken n.a.v. een door een student voorbereid onderwerp.
De student houdt een bronnenboek bij met inspirerende teksten en afbeeldingen,
schrijft per semester een paper over een zelf te kiezen onderwerp uit het veld van de beeldende kunst, en per semester een statement over het eigen werk, waarbij motivatie, inspiratiebronnen, verwantschappen met andere kunstenaars etc. aan bod komen.
Professioneel/maatschappelijk domein
De beroepsvoorbereiding geschiedt langs twee lijnen. Lijn één is de geïntegreerde; tijdens de tafelgesprekken bijv. worden regelmatig beroepsmatige aspecten van het kunstenaarschap behandeld. Dit gebeurt echter ook tijdens de andere lessen, waar zulks relevant en nuttig is, gezien de toestand in het atelier.
De tweede lijn is de geprogrammeerde, waarvan hieronder een overzicht
Sectie Grafiek:
sem1 en sem2 : Vuurdoop
sem1 en sem2 : atelier en tentoonstellingsbezoek
sem1 : stage Daglichtstudie Eindhoven
sem2 : Diligentia project
sem2 : tentoonstelling Erasmus Universiteit
Sectie Schilderen:
sem1 en sem2 : Vuurdoop
sem1 en sem2 : atelier en tentoonstellingsbezoek
sem2 : Diligentia project
sem1 of sem2 : Wandschildering i.o.v. Gem. Den Haag
Sectie Autonoom: sem1 en sem2 : Vuurdoop
sem1 en sem2 : atelier en tentoonstellingsbezoek
sem1 en sem2 : samenwerking Korzo
sem1 en sem2 : samenwerking Haags Filmhuis
sem1 en sem2 : tentoonstellingen in Red Hot en 1646
Sectie 3D:
sem1 en sem2 : Vuurdoop
sem1 en sem2 : Passage tentoonstelling
sem1 en sem2 : atelier en tentoonstellingsbezoek
sem1 en sem2 : presentaties op projectplekken
sem2 : Den Haag Sculptuur
Bovenstaande is gebaseerd op het programma van voorgaande jaren. Elk jaar worden nieuwe activiteiten ontwikkeld met andere externe partners.
Het tweede jaar heeft een rijke oogst aan formele en inhoudelijke vragen opgeleverd. In het derde jaar worden deze vragen in alle secties ingezet voor het onderzoek naar onderlinge samenhangen, of het gebrek daaraan, in het werk. Samenhang op het punt van de aard en de betekenis van de persoonlijke thematiek. Onlosmakelijk is hieraan verbonden de vraag naar de overdracht daarvan in het publieke domein. Kortom, hoe uit die stroom van beelden het ‘eigene’ te vissen, en hoe dat tot expressie te brengen. De artistiek/maatschappelijke context, wordt verder toegespitst op persoonlijke motieven, en ingericht als voedende en scherpende factor voor de eigen artistieke positie.
DE COMPETENTIES JAAR 3
De competenties in het derde jaar worden vergelijkbaar met het tweede jaar aangebracht, maar nu gelinkt met de hierboven beschreven doelstelling. In kort bestek: het creërend vermogen, het vermogen tot kritische reflectie en het vermogen tot groei en vernieuwing wordt in dit opzicht op een hoger niveau gebracht door de vakken ‘inhoud/vorm’, en de praktische en theoretische componenten van het vak ‘proces’.
Het organiserend vermogen wordt verder ontwikkeld door met name de praktische component van het vak ‘proces’, en het communicerend vermogen en de omgevingsgerichtheid door de vakken ‘overdracht’ en ‘theorie’
Het vermogen tot samenwerken wordt benevens de reeds beschreven situatie voor het tweede jaar doorgaand gestimuleerd door het vak ‘overdracht’, dat zich ontfermt over een reeks van interne en externe presentaties en tentoonstellingen.
Artisitiek/vaktechnisch domein
Algemeen beeldende ontwikkeling
Wat hiervoor bij het tweede jaar is beschreven, geldt ook voor het 3de jaar, met dit onderscheid dat alle schilderkunstige, grafische, sculpturale en andere disciplinaire handelingen, worden gehanteerd t.b.v. het onderzoek naar de samenhang in de beeldende productie. Waarbij de verdere onthulling van het eigene in de artistieke vermogens en ambities centraal staat.
Alle praktische vakken leveren hier bijdragen aan, maar ook het vak ‘theorie’, doordat dit het zicht op en het begrip van de eigen situatie verdiept door de verbinding met een inspirerende en scherpende context.
Conceptontwikkeling
De beschrijving van de conceptontwikkeling voor het tweede jaar geldt evenzeer voor het 3de jaar, maar nu verbonden met de centrale doelstelling van deze studiefase.
De conceptontwikkeling richt zich dus op het structureren van alle formele en inhoudelijke vragen die opkomen bij de zoektocht naar samenhang, en de onthulling van het authentieke kunstenaarschap. Het vak ‘proces’ speelt hierbij de belangrijkste rol.
Ondersteunende vakken
Voor de sectie 3D wordt in het eerste semester de videoworkshop van Madelon Hooykaas georganiseerd.
Er zijn speciale vakken en workshops in het kader van de beroepsvoorbereiding, die in het professioneel/maatschappelijk domein worden beschreven.
Zie verder jaar 2.
Theoretisch domein
In het 3de studiejaar wordt de student intensief geconfronteerd met uiteenlopende filosofische, esthetische en maatschappelijke denkmodellen. Hierbij wordt het boek ‘De donkere Spiegel’ van Frank Vandeveire gebruikt en een keur aan kunsthistorische literatuur, tijdschriften en kranten.
De student leert artistieke problemen, concepten en uitgangspunten benoemen, en krijgt greep op de theoretische problematiek in het eigen werk.
Per semester schrijft de student een statement over het eigen werk, en een paper. De eerste paper over een kunststroming in relatie tot een maatschappelijke ontwikkeling, de tweede over de vraag ‘wat is kunst’.
De student houdt minstens een keer per jaar een referaat.
Aan het eind van het studiejaar stelt de student het onderwerp vast van de eindscriptie.Zie verder jaar twee.
Professioneel/maatschappelijk domein
De activiteiten die zijn beschreven voor het tweede jaar gelden ook voor het derde jaar.
Verder wordt voor alle secties de Documentatie Workshop georganiseerd.
Deze workshop die bestaat uit verscheidene dagdelen door het studiejaar heen,
houdt in:
- het documenteren van werk t.b.v. presentaties en/of subsidie aanvragen,
- het bouwen van een website,
- het samenstellen en presenteren van een portfolio,
- het oefenen in verbale presentaties,
- het schrijven van teksten i.v.m. presentaties, subsidie aanvragen, opdrachtsituaties, vervolgopleidingen.
De studenten organiseren sectiegewijs, een externe groepstentoonstelling.
Het centrale leerdoel voor het vierde en vijfdejaar (deeltijd):
het eigene in inhoud en vorm, zoals dat in het derde studiejaar is onthuld, dient in het vierde jaar tot wasdom te komen. Alle aspecten van het onderzoeksproces, alsmede de procesmatige structuur waarin dat plaatsvindt worden toegesneden op de unieke samenkomst van inhoud en vorm. Verder leert de student de praktische en theoretische aspecten van de openbaring van het werk te beheersen.
DE COMPETENTIES JAAR 4
De competenties in het vierde jaar worden vergelijkbaar met het derde jaar aangebracht, maar nu gelinkt met de hierboven beschreven doelstelling. In het kort:
Het creërend vermogen, het vermogen tot kritische reflectie, het vermogen tot groei en vernieuwing en het organiserend vermogen, wordt in dit opzicht op het niveau van de startkwalificaties gebracht, doordat de student zijn persoonlijke onderzoek en handelingsdomein inricht, door de uitersten daarvan te verkennen.
Dit gebeurt met name door de vakken ‘inhoud/vorm’ en ‘proces’.
Het communicerend vermogen en de omgevingsgerichtheid verkrijgen deze verheffing door het vak ‘overdracht’ doordat het publiek maken van werk met de daarbij behorende problematiek intensief wordt bestudeerd o.a. door de preexamen tentoonstelling. Het vak ‘theorie’ draagt hier substantieel aan bij, vanwege het schrijven van de omvangrijke eindscriptie.
Ook het vermogen tot samenwerken komt op een professioneel niveau door de diverse samenwerkingsverbanden die de studenten opzetten i.v.m. de preexamen tentoonstelling.
Artisitiek/vaktechnisch domein
Algemeen beeldende ontwikkeling
Alle schilderkunstige, grafische, sculpturale en andere disciplinaire handelingen worden ingezet om de aansluiting van inhoud op vorm tot het uiterste te preciseren. Dit is een proces van verfijning binnen het reeds verworven beeldidioom, waaraan alle praktische vakken een bijdragen leveren, maar ook het vak ‘theorie’, doordat dit het personaliseringsproces waarin de student is verwikkeld, aanjaagt met betrekking tot de inspirerende en scherpende context die door de theorielessen verder aan de orde wordt gesteld.
Conceptontwikkeling
De conceptontwikkeling, volgens de eerder gegeven definitie, richt zich op het structureren van alle formele en inhoudelijke vragen die opkomen bij de voor dit moment uiterste greep die de student doet naar zijn thema, en de vorm om dat in te vervatten.
Het vak ‘proces’ is hier belangrijk, maar ook het vak ‘overdracht’ omdat in publieke situaties, het werk zich eerder toont in zijn inhoudelijke en formele eigenaardigheid, dan in de atelier situatie.
Ondersteunende vakken
Ondersteunende vakken worden in het vierde en vijfde (deeltijd) jaar, afgezien van workshops en andere activiteiten in het kader van de beroepsvoorbereiding, niet gegeven. Zie de beschrijving bij het professioneel/maatschappelijk domein.
Theoretisch domein
Het vak ‘theorie’ in het vierde jaar voltijd en het vijfde jaar deeltijd richt zich vooral op het schrijven van de eindscriptie, waartoe de student aan het slot van het derde respectievelijk vierde jaar reeds het onderwerp heeft vastgesteld.
De scriptie is een verslag van een uitgebreid onderzoek, dat verband houdt met het eigen werk van de student. Er moet een overtuigend reflecterend vermogen uit blijken, inzicht in de kunstgeschiedenis en in de context waarbinnen het eigen werk wordt geplaatst. De scripties worden in het eerste semester groepsgewijs besproken, en in tweede individueel. De omvang is minimaal 25 pagina’s getypte tekst, exclusief de afbeeldingen. Het bronnenboek speelt als in elk studiejaar een inventariserende, een inspirerende en een documenterende rol in samenhang met de ontwikkelingsfase waarin de student zich bevindt.
Professioneel/maatschappelijk domein
Het merendeel van de activiteiten die voor het tweede en het derde jaar zijn ontwikkeld, zijn ook beschikbaar voor de vierdejaarsstudenten. Specifiek voor de vierdejaarsstudenten van alle secties:
sem1: de dag van de vervolgopleidingen, waarbij alle vervolgopleidingen zich presenteren. Ook het volgen van een Master in het buitenland komt hier aan de orde.
Overigens zijn de derdejaarsstudenten hierbij welkom voor zover de ruimte dat toelaat.
sem2: de ‘zwarte gat dagen’ bestaande uit;
. lezingen over het plaatselijke cultuurbeleid (Stroom)
. presentaties van het Fonds voor de Kunst
. lezingen van diverse galeriehouders en kunstenaarsinitiatieven
. presentatie van de belastingdienst
. boekhoudcursus (i.o)
. alumni, oud-studenten uit verschillende jaargangen vertellen over hun ervaringen, na
de academieperiode
sem1 en sem2: de pre-examententoonstelling inclusief een door de studenten te organiseren publicatie.
sem2: de eindexamententoonstelling als een meesterproef in alle opzichten, van het beginnend kunstenaarschap.
Deeltijdstudenten die aan het eindexamen deelnemen krijgen de beschikking over een atelierplek op de academie. Overige deeltijdstudenten volgen de lessen min of meer klassikaal of dmv individuele gesprekken. Gastlessen, workshops en lezingen die overdag plaatsvinden zijn ook toegankelijk voor deeltijdstudenten.