Propedeuse
Gedurende de eerste twee semesters (drie bij de deeltijdopleiding) word je geconfronteerd met een veelheid aan kennis en vaardigheden binnen de verschillende (basis)vakken en leer je door oriëntatie, experiment en onderzoek zijn fascinatie kennen. De propedeuse heeft een algemeen vormend, oriënterend, selecterend en verwijzend karakter. In dit jaar neem je kennis van diverse basisvaardigheden, -technieken en -inzichten, die samen het fundament vormen van de verdere studie. Je krijgt de mogelijkheid jezelf te oriënteren op de verschillende aspecten van het vak en de verschillende mogelijkheden die de studie je biedt. Het selecterend karakter vindt zijn toepassing bij de collectieve beoordelingen aan het einde van de semesters. De beoordeling van het tweede semester (het derde semester bij deeltijd), de propedeusebeoordeling, kan leiden tot het geven van een bindend (negatief) studieadvies. Verwijzing houdt in dat je tijdens of na de propedeutische fase geadviseerd kan worden om een andere studie binnen of buiten de academie te volgen.
De eindtermen die bij de oriëntatie worden gehanteerd, luiden:
- de student heeft aangetoond over de noodzakelijke intellectuele bagage te beschikken;
- de student heeft aangetoond voldoende tijd aan de studie te willen besteden;
- de student heeft aangetoond verdieping in zijn studie te willen brengen;
- de verwachting kan worden uitgesproken dat hij als grafisch ontwerper werkzaam kan zijn.
- de student heeft aangetoond over de verwachte talenten, inzichten en vaardigheden te beschikken;
De student wordt getoetst op de volgende competentieniveaus:
- Creërend vermogen: de student kan iets maken vanuit de kennis en vaardigheden die hij in de lessen opdoet
- Vermogen tot kritische reflectie: de student is bereid en in staat het eigen werk ter discussie te stellen
- Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten verwerven op theoretisch en praktisch niveau
- Organiserend vermogen: de student ontwikkelt een werkproces en onderscheidt daarbij inventarisatie en documentatie
- Communicatief vermogen: de student kan en durft de keuze voor het gebruik van bronnen, materialen en ontwerpoplossingen te bespreken
- Omgevingsgerichtheid: de student ontwikkelt een brede interesse in maatschappelijk en culturele ontwikkelingen en herkent verschillende visies in het grafisch ontwerpen
- Vermogen tot samenwerken: de student kan zijn eigen doelen realiseren in afstemming met anderen
De propedeuse kent de volgende vakken:
Artistiek /vaktechnisch domein:
Tekenen en schilderen
met als doel het verwerven van tekenvaardigheid in waarnemende, noterende zin en basiskennis van en inzicht in schildertechnieken, het leren toepassen van kleur, het hanteren van inhoudelijke en formele beeldmiddelen, het onderzoeken van de expressie- en toepassingsmogelijkheden van schildertechnieken binnen media die door ontwerpers bij communicatie kunnen worden ingezet.
Beeld
met als doel het onderzoeken van de expressiemogelijkheden en grenzen van inhoudelijke beeldmiddelen, het ontwikkelen van een experimentele, reflecterende en kritische instelling, het leren omgaan met concept en conceptontwikkeling, kennismaken met hedendaagse relevante kunstontwikkelingen, het hanteren van formele beeldmiddelen en het verwerven van technische vaardigheden.
Fotografie
met als doel het verwerven van (basis)kennis, -inzichten en -vaardigheden met betrekking tot fotografische technieken, waaronder het leren toepassen van fotografie als inhoudelijk beeldmiddel als onderdeel van de ontwerpvakken, als methode van vooronderzoek, inspiratiebron, presentatiemiddel of zelfstandige beeldregistratie, het leren begrijpen en interpreteren van fotografische afbeeldingen.
Letters
met als doel het ontwikkelen van inzicht in en visie op het letterontwerpen, het verwerven van vaardigheden met betrekking tot het letterschrijven, lettertekenen, het leren hanteren van alle fasen en facetten van het ontwerpproces.
Ontwerpen
met als doel het leren hanteren van alle fasen en facetten van het ontwerpproces, het ontwikkelen van een onderzoekende, experimenterende, reflecterende en kritische instelling, het ontwikkelen van een analytisch en conceptueel vermogen, het verwerven van redactionele en technische vaardigheden.
Optisch grammaticale studies (deeltijd)
Met als doel het verwerven van een fundamentele ontwerpbasis, het verwerven van inzicht en vaardigheden op het vlak van formele – en inhoudelijke beeldmiddelen als basis voor de overige ontwerponderdelen.
Typografie
met als doel het verwerven van basiskennis van en inzicht in de typografie, het opdoen van kennis van typografische begrippen, het verwerven van basistechnieken mbt typografie, zet- en drukprocessen, het verwerven van materiaalkennis en technische vaardigheden.
Digitale technieken
met als doel het verwerven van kennis m.b.t. verschillende computerprogramma’s, zoals Photoshop, Illustrator en Quark Xpress / InDesign, het verwerven van basiskennis van computersystemen en de vaardigheid om de computer als tool te gebruiken.
Theoretisch domein:
Kunstgeschiedenis
met als doel het verwerven van inzicht in het historisch overzicht van de kunstgeschiedenis tot aan WO II, het verwerven van kennis en inzicht in de meest bekende kunstwerken, kunststijlen en kunsttheorieën, het leren analyseren en reflecteren, het leren formuleren van een eigen mening, het ontwikkelen van een kritische houding en het ontwikkelen van een schriftelijke en verbale uitdrukkingsvaardigheid.
Professioneel domein:
Vak- en beroepsoriëntatie
met als doel het verwerven van kennis over het vakgebied, begrippen en uitingen binnen het vak, het werk van ontwerpers, historisch overzicht, besef ontwikkelen van de partijen betrokken bij het grafisch ontwerpen, het leren zien, analyseren en reflecteren, het leren formuleren van een eigen mening, het ontwikkelen van een kritische houding en het ontwikkelen van een mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Hoofdfase/jaar 2 vt en 3 dt
Gedurende het derde en vierde semester verdiept de student de verworven (basis)kennis, inzichten en vaardigheden en onderzoekt waar grenzen van het eigen kunnen op persoonlijk, inhoudelijk en technisch gebied liggen en hoe die grenzen kunnen worden verlegd en overschreden ten dienste van de kwaliteit van zijn resultaten.
De eindtermen die op deze fase van toepassing zijn, luiden:
- de student beschikt over de talenten, inzichten en vaardigheden om de studie binnen de daarvoor geldende termijn af te ronden;
- de student beschikt over de noodzakelijke intellectuele bagage om de studie binnen de daarvoor gestelde termijn af te ronden;
- de student heeft de affiniteit met het beroep van grafisch ontwerper kunnen tonen, beschrijven en motiveren;
- de student heeft aangetoond de eigenheid van zijn werk te kunnen ontwikkelen;
- de student heeft verdieping in zijn werk kunnen brengen;
- de student is nieuwsgierig om van alle aspecten van de beroepspraktijk, zoals genoemd in de eindtermen van de opleiding.
De student wordt getoetst op de volgende competentieniveaus:
- Creërend vermogen: de student kan methodisch en vanuit een eigen idee een opdracht volbrengen
- Vermogen tot kritische reflectie: de student kan over kwaliteit en effectiviteit van werk discussiëren en dit beargumenteren
- Vermogen tot groei en vernieuwing: de student weet informatie van anderen in te zetten voor de ontwikkeling van zijn werk
Organiserend vermogen: de student kan een werkproces managen, met zicht op tijd en prioriteit
- Communicatief vermogen: de student kan een opdracht interpreteren en oplossingen bespreken
- Omgevingsgerichtheid: de student laat zich inspireren door maatschappelijke en culturele ontwikkelen en kan dat in eigen werk benoemen, hij kan de doelgroep voor zijn werk benoemen
- Vermogen tot samenwerken: de student gaat samenwerkingsverbanden aan en kan zijn eigen talenten in een samenwerkingsverband benutten
Het tweede jaar kent de volgende vakken:
Artistiek /vaktechnisch domein:
Tekenen en schilderen
met als doel het doen van onderzoek naar de expressie en toepassingsmogelijkheden van teken-, schilder- en grafische technieken en materialen in een werkstuk ten dienste van de ontwikkeling van de authenticiteit in het eigen werk.
Beeld
met als doel het leren hanteren van inhoudelijke beeldmiddelen waarbij het accent ligt op de relatie beeld-tekst, het ontwikkelen van een observerend vermogen en een kritische houding.
Fotografie
met als doel het verwerven van kennis van en inzicht in de vaardigheden mbt. fotografische technieken, waaronder het leren toepassen van fotografie als inhoudelijk beeldmiddel bij de verschillende ontwerpvakken, het verwerven van kennis van en inzicht in de communicatieve mogelijkheden van de fotografie.
Letters
met als doel het ontwikkelen van inzicht in en visie op het letterontwerpen, het verwerven van technische vaardigheden mbt. het lettertekenen en -ontwerpen, het leren objectief benoemen van vormeigenschappen van letters.
Typografie
met als doel het verwerven van verdere kennis van en inzicht in de typografie, de typografische begrippen en gereedschappen, de hedendaagse typografische opvattingen, zowel in inhoudelijk als vormgevend en technisch opzicht, het stimuleren van de eigen(zinnige) ontwikkeling, het hanteren van het ontwerpproces, het ontwikkelen van concepten.
Grafisch ontwerpen
met als doel het leren hanteren van alle fasen en facetten van het ontwerpproces, het verwerven van kennis van en inzicht in de relatie tussen communicatiedoel, tekst, beeld en vorm, het ontwikkelen van een onderzoekende, experimenterende, reflecterende en kritische instelling, het ontwikkelen van een eigen visie op grafisch ontwerpen en het benoemen van de affiniteit met het vakgebied.
Ruimtelijk ontwerpen
met als doel het doen van onderzoek naar de betekenissen van het begrip ruimte, maat en schaal in een ontwerp en/of autonoom werkstuk, het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht en vormgevoel, het ontwikkelen van concepten, het doen van onderzoek naar toepassing van verschillende materialen.
Interactieve Media Ontwerpen
met als doel het leren vormgeven van ontwerpvoorstellen voor een interactief informatie systeem, op basis van het beschikbare informatie en bronnenmateriaal, het verwerven van kennis over softwareprogramma’s ter ondersteuning van interactieve, digitale informatie, het verwerven van kennis met betrekking tot begrippen als storyboard, script, prototyping, human computer interaction, interface, usability en usability test.
Softwareinstructie/Computerlessen
met als doel het verwerven van kennis mbt de computerprogramma’s Quark XPress en InDesign, het verwerven van basiskennis van computersystemen en de vaardigheid om de computer als tool te gebruiken.
Theoretisch domein:
Kunst- en ontwerpgeschiedenis
met als doel het verwerven van kennis van en inzicht in de geschiedenis en de huidige situatie van grafische vormgeving, het verwerven van kennis en inzicht in de relatie tussen beeldende kunst, grafische vormgeving en andere vormgevingdisciplines, het verwerven van kennis van en inzicht in diverse kunsttheorieën en theorieën met betrekking tot de ontwerpdiscipline.
Communicatie/ mediatheorie
met als doel het verwerven van basiskennis van en inzichten in de wijze waarop communicatie tot stand kan worden gebracht, het informeren over de relatie tussen communicatie en de verschillende media, het hanteren van begrippen als zender, ontvanger, doelgroepen, in- en externe communicatie.
Filosofie
met als doel het leren denken over kunst, het inzicht daarop vergroten, het leren formuleren, het theoretisch kader versterken, begrippen en basistheorieën uit de kunstfilosofie leren hanteren.
Professioneel domein:
Praktijkprojecten
als onderdeel binnen reguliere lessen van ontwerpvakken en/of als onderdeel van een Individueel Studietraject, met als doel de opdrachten uit lessituaties te kunnen vertalen naar de wereld buiten de acdemie, in een werkelijke opdrachtsituatie
Hoofdfase/jaar 3 vt en 4 dt
Het derde studiejaar staat in het teken van de professionalisering en van ontwikkeling van de student naar een steeds grotere zelfstandigheid en het vormen van een onafhankelijke visie in zijn werk. Dit komt in alle vakken tot uiting. Er wordt veel waarde gehecht aan de beheersing van het creatieve ontwerpproces. De student doet beroepservaring op door middel van praktijkprojecten en door een stage, met name in het zesde semester. De afsluitende, gemeenschappelijke opdracht, eveneens in het zesde semester wordt begeleid door alle docenten die in dat semester lesgeven en geldt als voorbereiding op de eindexamenopdracht die in het achtste semester wordt gesteld.
De eindtermen van deze fase luiden:
- de student beschikt over de vaardigheden, inzichten en intellectuele bagage om binnen de beroepspraktijk een rol te kunnen spelen;
- de student kan in verschillende gemeenschappelijke opdrachten zijn eigenheid tot uiting brengen.
- de student heeft in verschillende gemeenschappelijke opdrachten en in de formulering van eigen opdrachten getoond geïnteresseerd te zijn in de verschillende aspecten van de beroepspraktijk, zoals genoemd in de eindtermen van de opleiding.
- de student heeft voldoende positieve ervaring opgedaan bij het doorlopen van een stage, het doen van onderzoek of het deelnemen aan een studentenuitwisseling met een vergelijkbaar onderwijsinstituut in het buitenland.
De student wordt getoetst op de volgende competentieniveaus:
- Creërend vermogen: de student kan een ontwerpprobleem formuleren en onderzoek inzetten om een ontwerpoplossing te ontwikkelen
- Vermogen tot groei en vernieuwing: de student ontwikkelt een persoonlijke visie op ontwerpen vanuit een open houding
- Organiserend vermogen: de student kan een balans vinden tussen ontwerpen en facilitaire en publicitaire activiteiten
de student kan een werkproces managen, met zicht op tijd en prioriteit
- Communicatief vermogen: de student kan een opdracht interpreteren en in woord en beeld en indien nodig herformuleren
- Omgevingsgerichtheid: de student kan verbanden leggen tussen eigen werk en dat van anderen en tussen eigen werk en het publiek, hij kan met zijn werk adequaat op doelgroepen inspelen
- Vermogen tot samenwerken: de student kan doelgericht verschillende rollen, verantwoordelijkheden en belangen in het ontwerpproces inzetten
Het derde jaar kent de volgende vakken:
Artistiek /vaktechnisch domein:
Beeld
met als doel het doen van onderzoek naar de expressie - en toepassingsmogelijkheden van materialen en technieken ten dienste van de ontwikkeling van de authenticiteit van het eigen (ontwerp)werk, het ontwikkelen van een professionele attitude en een kritische houding, het ontwikkelen van beeldende concepten naar aanleiding van algemeen geformuleerde opdrachten.
Typografie
met als doel het verwerven van verdere kennis van en inzicht in de verschillende verschijningsvormen van typografie, het stimuleren van een eigen/eigenzinnige ontwikkeling, het hanteren van het ontwerpproces, het verwerven van technische vaardigheden.
Letterontwerpen
met als doel het letterontwerpen te integreren binnen de brede context van grafisch en typografisch ontwerpen, het mogelijk ontwerpen van een eigen lettertype in een typografisch ontwerp, waardoor het toetsen aan de toepasbaarheid kan worden gerealiseerd.
Ontwerpen
met als doel de student te leren zijn eigen ontwerpproces te ontwerpen, vooral daar waar het grote, langdurige en complexe opdrachten betreft, de student in staat te stellen met een relatief beperkte set van middelen een ontwerp te maken waar verschillende items, publicaties, deel van uit maken, de student te confronteren met het visueel, technisch en redactioneel opzetten van een website waarbij het leren programmeren een onderdeel is.
Grafisch ontwerpen
met als doel het leren hanteren van alle fasen en facetten van het ontwerpproces, het ontwikkelen van een eigen visie op grafisch ontwerpen, het leren omgaan met redactioneel complexe opdrachten, het trainen van conceptuele vaardigheden, het verwerven van kennis van en inzicht in de beroepspraktijk.
Interactieve media ontwerpen
met als doel het verwerven van kennis van en inzicht in de vaardigheden met betrekking tot het ontwerpen van interactieve media, het leren ontwikkelen van conceptuele, logistieke en functionele modellen voor uitvoering door een multi/interdisciplinair team, het leren beheersen van ’human computer interaction implications’, flow management, interactive design en interface design.
Theoretisch domein:
Kunst- en ontwerpgeschiedenis
met als doel het verwerven van kennis van en inzicht in de geschiedenis en de huidige situatie van grafische vormgeving, het verwerven van kennis van en inzicht in diverse theorieën mbt. de ontwerpdiscipline, het leren analyseren en reflecteren, het ontwikkelen van verbale en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Project gerelateerde theorie
Met als doel inzicht te krijgen in vakgebieden die in relatie tot een opdracht inhoudelijk een basis vormen en te ervaren op welke manier theorie in toegepaste zin een wezenlijke bijdrage leveren tot conceptontwikkeling
Professioneel domein:
Praktijkprojecten
als onderdeel binnen reguliere lessen van ontwerpvakken en/of als onderdeel van een Individueel Studietraject, met als doel de opdrachten uit lessituaties te kunnen vertalen naar de wereld buiten de acdemie, in een werkelijke opdrachtsituatie.
Stage
met als doel al het geleerde te kunnen toepassen en toetsen in de omgeving van een bestaande werkplek in het beroepsveld, om naast de inhoudelijke en technische aspecten, ook vooral logistieke en financiële consequenties te ervaren en de rol van een opdrachtgever, ook in relatie met publiek te leren kennen.
Hoofdfase + eindfase /jaar 4 vt en 5 dt
Semesters 7 en 8 vormen samen de eindfase van de studie. Dit studiejaar staat in het teken van de positionering waarbij een steeds verdergaande persoonlijke stellingname van de studenten wordt verwacht. Hij zal moeten tonen dat hij in staat is deze persoonlijke stellingname op overtuigende wijze te formuleren en vorm te geven. Daarmee geeft hij aan dat hij de studie kan afsluiten en de stap naar de beroepspraktijk kan maken. Gedurende het zevende semester worden zowel enkelvoudige opdrachten als gemeenschappelijke opdrachten aan de orde gesteld. Eén van de praktijkdocenten houdt zich intensief bezig met de begeleiding van het door de student geformuleerde ontwerpprobleem welke als eindexamenopdracht in het achtste semester wordt uitgewerkt. De student toont aan dat hij in staat is een integratie van alle afzonderlijke studieonderdelen te realiseren in zijn eindopdracht. De eindtermen van deze fase zijn gelijk aan de eindtermen van de opleiding.
De student wordt getoetst op de volgende competentieniveaus:
- Creërend vermogen: de student kan een eigenzinnig concept op innovatieve wijze ontwikkelen, uitwerken en inzetten
- Vermogen tot kritische reflectie: de student kan zijn eigen werk relateren aan ontwikkelingen in het vak in een culturele en maatschappelijke context en hierin stelling nemen
- Vermogen tot groei en vernieuwing: de student kan zijn ontwerpvisie zodanig blijven verdiepen dat deze leidt tot een eigentijds beeld
- Organiserend vermogen: de student kan een inspirerende en functionele werksituatie voor zichzelf opzetten en in standhouden
- Communicatief vermogen: de student kan zijn werk(wijze) overtuigend presenteren en toelichten en indien nodig er over onderhandelen met opdrachtgevers
- Omgevingsgerichtheid: de student heeft een opvatting over de functie en plaats van grafisch ontwerpen in de samenleving en de manier waarop hij zijn werk daarvoor kan inzetten Vermogen tot samenwerken: de student kan samenwerkingsverbanden regisseren en er inhoud en kwaliteit aan geven
De vakken gedurende het zevende semester: beeld, grafisch ontwerpen, typografie, interactief media ontwerpen, beroepsvoorbereiding, kunstgeschiedenis. Het achtste, afsluitende semester: wordt gebruikt voor het maken van het eindexamen en er wordt nog begeleiding geboden bij de volgende studieonderdelen: beeld, letterontwerpen, typografisch ontwerpen, grafisch ontwerpen en interactief media ontwerpen.De student heeft gedurende de eindstudie de beschikking over een eigen werkplek. Het rooster is afgestemd op een efficiënte begeleiding: gedurende semester 8 wordt de student twee dagen begeleid door verschillende eindexamendocenten. De overige drie dagen zijn beschikbaar voor zelfwerkzaamheid.
Naast de presentatie van de eindexamenopdracht maakt de eindexamenscriptie onderdeel uit van de eindbeoordeling en de daaraan gekoppelde eindexamenexpositie. De vormgeving van de scriptie wordt begeleid door één van de praktijkdocenten. In de scriptie wordt van de student verwacht dat hij een eigen standpunt kan innemen mbt. de aard en betekenis van het eigen werk ten opzichte van zijn ontwerpdiscipline en het eigen werk daarmee in een bredere culturele en historische context kan plaatsen. Voorts dient de student in staat te zijn eigen ontwerpproces te beschrijven en te motiveren. Ook het maken van de 'portfolio' (verslag van de studie in de vorm van een boek aangevuld met een portfolio op cd-rom) is onderdeel van de eindstudie.