Binnen de studierichting Interieurarchitectuur kan na het tweede studiejaar de studie Meubelontwerpen gevolgd worden.
Historie van de discipline
Interieurarchitectuur is een discipline, die zich als deelgebied van de brede discipline architectuur, vooral sinds de WO II ontwikkeld heeft. Tot dit vakgebied behoort het ontwerpen van interieurs voor uiteenlopende situaties, waarin wonen en werken centraal staan. Te denken valt naast woonhuisinterieurs aan professionele werksituaties als kantoren en werkplaatsen; interieurs voor de gezondheidszorg, ziekenhuizen en verpleeghuizen; ruimten voor recreatie, musea en winkels.
Meubelontwerpen is een discipline, die zich binnen de verschillende ontwerpende disciplines onderscheid door zijn eigen karakter en kenmerken. Enerzijds kan het meubel als product worden opgevat, anderzijds heeft het meubel altijd in relatie met het interieur en het wonen een plaats gekregen. Een belangrijk aspect daarvan is dat het een nadrukkelijk voertuig van persoonlijke en sociale identiteit is. Deze verschillende aspecten zijn bepalend voor het eigen karakter van het meubel en daarmee van het meubelontwerpen. In de geschiedenis was het meubelontwerp sterk aan het ambacht van de meubelmaker verbonden. Deze werkte voornamelijk in hout en bezigde uiterst verfijnde en uitontwikkelde technieken. Hij werkte aan een grote variëteit aan meubeltypen, die afhankelijk van de vraagstelling, varieerden van eenvoudig gebruiksmeubilair tot rijk geornamenteerde en gedetailleerde meubels, gericht op status en representatie. De industrialisatie maakte (langzaamaan) een einde aan deze ambachtelijke traditie. Thonet ontwikkelde in het midden van de 19e eeuw het eerste industriële meubel, waarin de industriele techniek en een daaruit voortvloeiende vormgeving met elkaar samengingen. Tot ver in de twintigste eeuw bleef het vakgebied echter voornamelijk op ambachtelijke leest geschoeid, ondanks heldhaftige pogingen tot industriële vormgeving. Na de jaren vijftig breekt het industriële meubel door, maar al in de tachtiger jaren komt er een reactie, die het ambacht opnieuw tot uitdaging heeft. Aan het begin van de 21e eeuw zijn alle opties weer open. Het ambachtelijke meubel heeft, mits exclusief van karakter alle kansen naast het als product uitontwikkelde meubel, dat middels de modernste technieken gerealiseerd moet worden.
Actuele situatie van de discipline
Interieurarchitectuur
De studierichting Interieurarchitectuur verzorgt de opleiding tot interieurarchitect. De ruimtelijke condities van onze leefomgeving spelen een grote rol in de wijze waarop fenomenen als wonen, werken, leren, recreëren, zorgen en consumeren als activiteit begrepen kunnen worden en in de wijze waarop daaraan inhoud gegeven kan worden. De kwaliteit van deze ruimtelijke condities wordt, binnen de zich veranderende sociaal-economische, culturele en politieke context, in hoge mate door de in dit veld opererende ontwerpende en vormgevende disciplines bepaald.
Interieurarchitectuur is in dit kader te beschouwen als de discipline die zich hoofdzakelijk richt op de relatie tussen de gebruiker en de binnenruimten. Anders gezegd: in het interieur worden gebruiksfuncties gespecificeerd en geschikt gemaakt voor menselijk verblijf en functioneren, zowel in meer op feitelijk gebruik gerichte aspecten als in affectieve zin en waardering.
Het interieur wordt hier verstaan als de samenvatting van interieure ruimtelijke condities en inrichtingselementen die tezamen de gebruiks- en belevingswaarde bepalen. Ruimtewerking, materiaal- en kleurstelling, licht en verlichting, afwerking en detaillering alsmede meubilering en inrichting van de ruimte zijn componenten die tot een samenhangend geheel - het interieur - moeten worden gebracht. Zij moeten zowel aan functionele als aan psychologische en emotionele voorwaarden voldoen. In de beleving van de gebruiker wordt de kwaliteit van een gebouw vooral door het interieur bepaald. Dit is zijn territorium, hier beleeft hij zijn omgeving het meest intensief.
Recente ontwikkelingen laten een toenemende aandacht voor de kwalitatieve aspecten van de binnenruimten zien. Zo is een sterke aandacht voor de conceptuele aspecten van het interieur waar te nemen, waarbij de vormgeving sterk afhankelijk is van het complex van opvattingen van de interieurarchitect. Materialisatie, afwerking en technische detaillering van het interieur zijn middelen die de interieurarchitect hierbij ten dienste staan.
Meubelontwerpen
Voor de meubelontwerper ligt de uitdaging in het ontwikkelen van meubels en aanverwante producten, die op de huidige mogelijkheden inspelen. De traditionele markten zijn sterk aan het verschuiven en tegelijkertijd is het aanbod aan ontwerpen zeer groot. De meubelontwerper moet in staat zijn de door hem op basis van persoonlijk kunnen en identiteit ontworpen meubels doelgericht op de markt te brengen. Het ontwikkelen van een eigen markt(aandeel) is noodzaak en levensvoorwaarde. In de beheersing van de samenhang van het complex van ontwerp, presentatie en distributie ligt zijn kracht. Om binnen dit veld te kunnen spelen zijn eigenzinnigheid, sterke visuele verbeeldingskracht, beheersing van technieken en een overtuigende presentatie en communicatie de basis. Voor de ontwikkeling van de eigen markt staat naast de traditionele kanalen, vooral het WWW ter beschikking.
Discipline en beroep
Inzicht in de relatie tussen discipline, beroep, de werkgebieden en de opgaven van de interieurarchitect is bepalend voor het het profiel van een opleiding. Het onderscheid tussen discipline en beroep is mede daarom zo belangrijk omdat de discipline als het ware de tak van sport is en het beroep de beoefening daarvan. De tak van sport heet interieurarchitectuur en de beoefenaar ervan is de interieurarchitect. De opleiding is primair gericht op de bestudering van de discipline in al zijn facetten. Beroepsmatige training is een afgeleide daarvan en geen doel op zich.
De discipline interieurarchitectuur kan als volgt omschreven worden: ‘In de interieurarchitectuur staat, anders dan bij de overige ontwerpende disciplines, de relatie tussen de specifieke gebruiker(s) en de specifieke verblijfsruimte(n) centraal. Interieurarchitectuur ontleent zijn identiteit aan het vormgeven van deze specifieke relatie, in de zin van gebruiks- en belevingswaarde. In het interieur dienen de gebruiksfuncties gespecificeerd en geschikt gemaakt te worden voor menselijk verblijf en functioneren, op een wijze die recht doet aan menselijke affecties en beleving. Het eigene van interieurarchitectuur is dus in de kern datgene waarmee deze identiteit vormgegeven kan worden. Enerzijds zijn er overlappingen tussen interieurarchitectuur en andere ontwerpende disciplines, waardoor interieurarchitectuur ingebed is in het geheel van het gebied van de architectuur en andere vormgevende disciplines. Anderzijds is er sprake van het toepassen van kennis en vaardigheden van niet vormgevende disciplines op de interieurarchitectuur, zoals: ergonomie, techniek, marketing, psychologie, etc. Interieurarchitectuur staat in het brandpunt van beide relaties.’
De verschillende werkgebieden van de interieurarchitect kunnen onderscheiden worden naar de wijze waarop de specifieke gebruiker in een bepaald type omgeving functioneert (woonomgevingen; bedrijfsomgevingen; zorgomgevingen, etc.). Het begrip "ruimte" kan als instrument beschouwd worden, waarvan binnen de discipline interieurarchitectuur gebruik gemaakt wordt om de kernbegrippen specifieke gebruiker(s) en de specifieke verblijfsruimte(n) tot eenheid te brengen. Het begrip "ruimte" dient nadrukkelijk in architectonische zin opgevat te worden, die middels afwerking en inrichting tot samenhang gebracht wordt.
Opgaven van de interieurarchitect
1. bij de integratie van architectuur en interieur ligt de nadruk, op de wijze waarop het interieur een integraal deel van de totale architectonische kwaliteit wordt. Dit vereist inzicht in alsmede kennis en kunde van de architectuur in de ruimste zin van het woord. Toe te passen technieken en materialen sluiten vooral op de bouwpraktijk aan;
2. bij de inbouw van het interieur in een gegeven situatie ligt de nadruk op de wijze waarop het interieur in zijn functioneren, sfeer en beleving als zelfstandig fenomeen in een genoemde situatie tot stand komt. Dit vereist inzicht in alsmede kennis en kunde van het interieur in de meest specifieke zin van het woord in de context van het architectonisch gegeven. Toe te passen technieken en materialen zijn vooral van inbouw-, afbouw- en meubeltechnische aard;
3. bij de styling van het interieur met vooral decoratieve middelen ligt de nadruk op de wijze waarop het interieur in sfeer en beleving naar de hand gezet kan worden. Dit vereist inzicht in alsmede kennis en kunde van het hanteren van de toe te passen middelen. Toe te passen technieken en materialen zijn vooral van afwerkingtechnische- en meubeltechnische aard;
4. bij de toepassing van ontwikkelde producten in het interieur ligt de nadruk op de wijze waarop ontwikkelde producten het interieur in zijn functionaliteit, sfeer en beleving bepalen. Dit vereist inzicht in alsmede kennis en kunde van de wijze waarop producten het interieur bepalen en de wijze waarop producten tot stand komen. Toe te passen technieken en materialen zijn vooral van productietechnische aard. Bij de planning, organisatie en logistiek van een complexe functionaliteit ligt de nadruk op de wijze waarop specifieke functionele en organisatorische problemen de structuur en uitwerking van het interieur bepalen. Dit vereist vooral inzicht in alsmede kennis en kunde van de methodieken die de totstandkoming van dergelijke interieurs sturen. Toe te passen materialen en technieken zijn die van de bovengenoemde opgave 1 - 4.
De opleiding is gericht op de beroepsmatige opgave van de interieurarchitect en de kennismaking met de verschillende profielen. Het profiel van de opleiding is scherp gesteld op het onderzoek naar de discipline interieurarchitectuur en de werkgebieden en opgaven van de interieurarchitect, in een juiste balans tussen de vorming van de student, de vakinhoudelijke en beroepsinhoudelijke aspecten. De gegevens betreffende het beroepsprofiel zijn o.a. gebaseerd op het rapport ‘Beroepsprofielen en startkwalificaties van de interieurarchitect’ (1998), geschreven in opdracht van de Projectorganisatie Kunstvakonderwijs.