_

_

De basisstructuurlijnen en opdrachtstelling van het studieprogramma zijn welomlijnd per studiejaar. Zij focussen doelgericht op een na te streven einddoel (de collecties), dat voor de ontwerpers/vormgevers in opleiding als leidraad moet dienen voor een individuele, persoonlijke eindeprestatie. Deze basisstructuurlijnen kunnen in vier fases opgedeeld worden en worden door de docenten vanuit hun eigen specifieke vakkennis gestimuleerd en gestuurd.

Propedeuse




De student dient zich tijdens deze fase van de studie de competenties van een textiel-/mode ontwerper eigen te maken.

Creërend vermogen
De student kan iets maken vanuit de kennis en vaardigheden die hij de lessen heeft opgedaan
Vermogen tot kritische reflectie
De student kan werk van zichzelf en anderen op effectiviteit en kwaliteit beoordelen
Vermogen tot groei en vernieuwing
De student kan nieuwe kennis, vaardigheden en inzichten verwerven op theoretisch en praktisch niveau, de student is gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend Organiserend vermogen
De student ontwikkelt een eigen werkproces en is in staat zijn eigen werk te documenteren en te archiveren
Communicatief vermogen
De student kan de keuze voor het gebruik en de inzet van bronnen, materialen en/of ontwerpoplossingen beargumenteren
Omgevingsgerichtheid
De student heeft een brede interesse in maatschappelijk en culturele ontwikkelingen en herkent verschillende visies van het textielontwerpen / modeontwerpen Vermogen tot samenwerken
De student kan zijn eigen doelen realiseren in afstemming met anderen

Artistiek /vaktechnisch domein


Textiel- en Modeontwerpen:
De propedeuse richt zich voornamelijk op het oriënteren in het beroepsveld van zowel de textiel- als de modeontwerper. De beheersing en kennis met betrekking tot materie, techniek en beeldvorming blijft zich over de hele studeerperiode ontwikkelen en is bovendien een belangrijk vertrekpunt in de opleiding. Deze eerste doorlopende fase biedt een brede waaier aan ondersteunende vakken warenkennis, techniek, techniekbeheersing en vakkennis die samen met beeldontwikkeling de basis vormen om een concept te ontwikkelen en het ontwerpproces te vormen. Alle elementen die nodig zijn om het studieproces op te starten zijn opgenomen in de propedeuse en dienen als uitvalsbasis voor de verdere verwijzing en invulling van het studeerproces. Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een collectie van twee ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde kledingstukken en twee ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde stofontwerpen.

Technisch ontwerpen textiel:
Het uitvoeren en realiseren van ontwerpen, het toepassen van technieken, het voorbereiden van het beoogde eindresultaat en de uitvoering ervan worden hier geëxploreerd en verder ontwikkeld. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen stijl, werkwijze en karakter, kortom alle facetten van het textielvak komen hier aan bod. Voor de textielontwerper is de textielwarenkennis van uitzonderlijk belang. Bij zijn vorming is het noodzakelijk dat hij alle mogelijke technieken en afwerkingen leert beheersen ten behoeve van de uitvoering van zijn creatie of ontwerp.

Technisch ontwerpen mode:
Inzicht in vormstudie, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van tweedimensionaal beeld naar driedimensionale vormen (silhouetten), kennisname van alle mogelijke technieken en afwerkingen ten behoeve van de uitvoering van het ontwerp of kledingstuk, het verwerven van handvaardigheden eigen aan het vak zoals naaitechnieken, maatnemen en doorpassen vormen inhoudelijk de ingrediënten van dit studieonderdeel. Bij de vorming tot modeontwerper worden heel wat technische vaardigheden en technieken aangeleerd die noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het beroep en het uitwerken van een creatief idee.

- Ondersteunende vakken Beeldontwikkeling: Het ontwikkelen en verpersoonlijken van een authentieke blauwdruk en een eigen beeldtaal is de algemene doestelling van dit studieonderdeel. In dit vak leert de student zelfstandig beelden ontwikkelen en concretiseren. Persoonlijke oriëntatie in relatie tot fotografie en beeldvorming is hier van toepassing. De student leert onderzoek, experiment, inventiviteit en creativiteit, beschouwing, kennis, intuïties, indrukken en emoties, te transformeren tot een beeld. Deze beeldanalyse zal de student helpen bij het ontwikkelen van een eigen collectie en visie. Tevens leert hij gebruik te maken van kennis en inzicht om gebruikte beelden, vormen, materialen, verhoudingen en kleuren als diverse betekenissen over te dragen. Er wordt diepgaand onderzoek gedaan naar de verschillende lagen van verschijningsvormen.

Fotografie:
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats kijken, later ook visualiseren. Een volgende stap is interpretatie. Dit betekent dat de student geoefend wordt in het uitwerken van een idee tot een beeld, via kijken en waarnemen.

Modeltekenen:
Tekenen naar levend model en stilleven. Waarnemen, ontdekken en vastleggen van verhoudingen in combinatie met techniek en een persoonlijke ontwikkeling van tekenstijl. Het is de bedoeling dat de waarneming sterk ontwikkeld wordt waarbij de nadruk gelegd wordt op het ontdekken van verhoudingen en het vastleggen ervan. Doelstelling is om de techniek in combinatie met een ontwikkeling van een persoonlijke tekenstijl te ontwikkelen.

Vlakke vorm en kleurstudie:
Het samenspel van lijn, kleur en oppervlak wordt hier geëxploreerd. Via begeleiding wordt de ontdekking, ontplooiing en beleving van de eigen talenten ontwikkeld via experiment, en met behulp van materie, structuur en kleur. Het ontwikkelen en uitbouwen van een persoonlijk handschrift. Het leren vastleggen van indrukken en gevoelens. Het zoeken naar een eigen expressie in vlakke vorm en kleur.

Theoretisch domein

Kunstgeschiedenis:
Een goede theoretische bagage is noodzakelijk voor de kunststudent in het algemeen en voor de textiel- en modestudent in het bijzonder. Het betreft hier niet alleen kennis, maar ook inzicht in de geschiedenis, denkmodellen, theorieën, processen, etc., die zowel betrekking hebben op zijn eigen discipline, als op andere disciplines, voor zover deze bijdragen aan de vorming van de student als persoon en ontwerper. Voor een zinvolle inhoud van het beroep textiel en modeontwerper in het brede kader van de ontwikkeling van de kunst in het algemeen is een algemeen geschetst beeld van de kunstgeschiedenis én de beschouwing daarvan noodzakelijk.

Modebeschouwing:
De relatie mode met maatschappij, mode en context, mode en cultuur komt hier aan de orde. Er wordt kennis gemaakt met de maatschappelijke en inhoudelijk functie en relevantie van mode.Het zijn lessen in oriëntatie op omgeving, samenleving, gedrag en normen in relatie tot kledinggedrag. Tevens wordt een kritische houding ontwikkeld ten opzichte van kledinggedrag en mode in het algemeen.De student krijgt een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de Westerse kostuum- kledinggeschiedenis.en doet onderzoek naar de relatie levensstijl, ambachten en technieken.

Professioneel / maatschappelijk domein



Hoofdfase/jaar 2




De student dient zich tijdens deze fase van de studie de competenties van een textiel-/mode ontwerper eigen te maken.

Creërend vermogen
De student kan methodisch en vanuit een eigen idee werken aan een ontwerpprobleem Vermogen tot kritische reflectie
De student kan ontwerpen en stappen in de schetsfase van zichzelf en anderen op effectiviteit en kwaliteit beoordelen
Vermogen tot groei en vernieuwing
De student weet kritiek van anderen in te zetten voor de ontwikkeling van zijn eigen werk, is gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend
Organiserend vermogen
De student kan zijn werkproces managen
Communicatief vermogen
De student kan een opdracht interpreteren en in woord en beeld debriefen
Omgevingsgerichtheid
De student laat zich inspireren door maatschappelijke en culturele ontwikkelen en kan dat in zijn eigen werk benoemen, hij kan de doelgroep voor zijn werk benoemen
Vermogen tot samenwerken
De student gaat samenwerkingsverbanden aan en kan zijn eigen talenten in een samenwerkingsverband benutten
- Algemeen beeldende ontwikkeling - Conceptontwikkeling

Artistiek /vaktechnisch domein

Textiel- en Modeontwerpen:
De verdere ontwikkeling en uitbreiding van het studeerproces gebeurt door middel van geschiedkundig onderzoek in de tweede fase, sociaal onderzoek in de derde fase en wordt toegepast in een synthese van het eigen beeld. Materiaal en techniekkennis laat toe het beeld in vorm om te zetten. Het hanteren van techniek en het vormen van beeld wordt gestimuleerd en getoetst door middel van experiment en vooronderzoek. Geschiedkundig onderzoek verruimt de kennis en het studieproces vanuit de ervaring. Via de kennis van vorm, beeld, kleur en materie in een historische context met betrekking tot mode en textiel wordt een vaardigheid ontwikkeld die de vertaling van de tijdsgeest ambieert. Als basisstructuurlijn wordt geopteerd voor een Europese historische periode. De student selecteert vrij een historisch kostuum met motivatie. Deze historische periode dient als leidraad, inspiratiebron en analyse om een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld te ontwerpen en te vervaardigen in de vorm van een collectie. Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een replica van het zelf gekozen kostuum en hier op geïnspireerd, een collectie in een coherent geheel van drie ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde outfits of drie ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde stofontwerpen.

Technisch ontwerpen textiel:
Het uitvoeren en realiseren van ontwerpen, het toepassen van technieken, het voorbereiden van het beoogde eindresultaat en de uitvoering ervan worden hier geëxploreerd en verder ontwikkeld. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen stijl, werkwijze en karakter, kortom alle facetten van het textielvak komen hier aan bod. Voor de textielontwerper is de textielwarenkennis van uitzonderlijk belang. Bij zijn vorming is het noodzakelijk dat hij alle mogelijke technieken en afwerkingen leert beheersen ten behoeve van de uitvoering van zijn creatie of ontwerp.

Technisch ontwerpen mode:
Inzicht in vormstudie, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van 2 dimensioneel beeld naar 3 dimensionale vormen (silhouetten), kennisname van alle mogelijke technieken en afwerkingen ten behoeve van de uitvoering van het ontwerp of kledingstuk, het verwerven van handvaardigheden eigen aan het vak zoals naaitechnieken, maatnemen en doorpassen vormen inhoudelijk de ingrediënten van dit studieonderdeel. Bij de vorming tot modeontwerper worden heel wat technische vaardigheden en technieken aangeleerd die noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het beroep en het uitwerken van een creatief idee.

- Ondersteunende vakken Beeldontwikkeling:
Het ontwikkelen en verpersoonlijken van een authentieke blauwdruk en een eigen beeldtaal is de algemene doestelling van dit studieonderdeel. In dit vak leert de student zelfstandig beelden ontwikkelen en concretiseren.Persoonlijke oriëntatie in relatie tot fotografie en beeldvorming is hier van toepassing. De student leert onderzoek, experiment, inventiviteit en creativiteit, beschouwing, kennis, intuïties, indrukken en emoties, te transformeren tot een beeld. Deze beeldanalyse zal de student helpen bij het ontwikkelen van een eigen collectie en visie. Tevens leert hij gebruik te maken van kennis en inzicht om gebruikte beelden, vormen, materialen, verhoudingen en kleuren als diverse betekenissen over te dragen. Er wordt diepgaand onderzoek gedaan naar de verschillende lagen van verschijningsvormen.

Fotografie:
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats kijken, later ook visualiseren. Een volgende stap is interpretatie. Dit betekent dat de student geoefend wordt in het uitwerken van een idee tot een beeld, via kijken en waarnemen.

Modeltekenen:
Tekenen naar levend model en stilleven. Waarnemen, ontdekken en vastleggen van verhoudingen in combinatie met techniek en een persoonlijke ontwikkeling van tekenstijl. Het is de bedoeling dat de waarneming sterk ontwikkeld wordt waarbij de nadruk gelegd wordt op het ontdekken van verhoudingen en het vastleggen ervan. Doelstelling is om de techniek in combinatie met een ontwikkeling van een persoonlijke tekenstijl te ontwikkelen.

Vlakke vorm en kleurstudie:
Het samenspel van lijn, kleur en oppervlak wordt hier geëxploreerd. Via begeleiding wordt de ontdekking, ontplooiing en beleving van de eigen talenten ontwikkeld via experiment, en met behulp van materie, structuur en kleur. Het ontwikkelen en uitbouwen van een persoonlijk handschrift. Het leren vastleggen van indrukken en gevoelens. Het zoeken naar een eigen expressie in vlakke vorm en kleur.

Modetekenen:
Het ontwikkelen van een persoonlijk, leesbare illustratieve en/of technische schets ten behoeve van styling, illustratie, beeldvorming en technische uitwerking is het doel van dit cluster. Dit gebeurt via het in beeld brengen van stijl, vorm en ontwerp. De modetekening moet duiden, vertalen en visuele toelichting verschaffen bij een ontwerp liefst in combinatie met een detail en een sfeer.

Theoretisch domein

Kunstgeschiedenis: Een goede theoretische bagage is noodzakelijk voor de kunststudent in het algemeen en voor de textiel- en modestudent in het bijzonder. Het betreft hier niet alleen kennis, maar ook inzicht in de geschiedenis, denkmodellen, theorieën, processen, etc., die zowel betrekking hebben op zijn eigen discipline, als op andere disciplines, voor zover deze bijdragen aan de vorming van de student als persoon en ontwerper. Voor een zinvolle inhoud van het beroep textiel en modeontwerper in het brede kader van de ontwikkeling van de kunst in het algemeen is een algemeen geschetst beeld van de kunstgeschiedenis én de beschouwing daarvan noodzakelijk.

Modebeschouwing:
De relatie mode met maatschappij, mode en context, mode en cultuur komt hier aan de orde. Er wordt kennis gemaakt met de maatschappelijke en inhoudelijke functie en relevantie van mode. Het zijn lessen in oriëntatie op omgeving, samenleving, gedrag en normen in relatie tot kledinggedrag. Tevens wordt een kritische houding ontwikkeld ten opzichte van kledinggedrag en mode in het algemeen. De student krijgt een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de Westerse kostuum- kledinggeschiedenis en doet onderzoek naar de relatie levensstijl, ambachten en technieken. Onderzoek naar historische stijlperiodes/kostuums en kledinggedrag. Onderzoek naar historische kostuums gaat evengoed over politiek als over culturele en sociale structuren die karakteristiek zijn voor een bepaalde tijd. Deze inzichten worden gekoppeld aan een gedetailleerde studie over het stofgebruik, patronen, vormen en gewoontes. Uitgangspunt van deze cursus is oriëntatie en verdieping in het begrip mode en identiteit, vormstudie, silhouet en proportieleer. Het is de bedoeling dat de student kennis en inzicht verwerft met betrekking tot de uitgangspunten en karakteristieken van de Westerse kleding, modes en stijlperiodes.

Professioneel / maatschappelijk domein

Beroepsontwikkeling:
Vervolmaking van ontwerpprocedure en verdere ontwikkeling van eigen signatuur en opbouwen van een eigen collectie (totaalcollectie van drie stofontwerpen/outfits)

Doorpas en conceptbesprekingen.
Dit is het presenteren van een ‘collectie’ aan een team van docenten. (analoog aan het bedrijfleven of als zelfstandig ontwerper al dan niet werkend in teamverband)

Hoofdfase/jaar 3


Artistiek /vaktechnisch domein



De student dient zich tijdens deze fase van de studie de competenties van een textiel-/mode ontwerper eigen te maken.

Creërend vermogen
De student kan een ontwerpprobleem formuleren en onderzoek inzetten om een ontwerpoplossing te ontwikkelen
Vermogen tot kritische reflectie
De student kan in woord en beeld reflecteren op mogelijkheden en grenzen van het vak en zijn eigen positie daarin.
Vermogen tot groei en vernieuwing
De student ontwikkelt een persoonlijke visie op ontwerpen vanuit een open houding, is ben gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend
Organiserend vermogen
De student kan een balans vinden tussen ontwerpen, facilitaire en productiegerichte activiteiten.
Communicatief vermogen
De student kan zijn werk(wijze) overtuigend presenteren en toelichten.
Omgevingsgerichtheid
De student kan verbanden leggen tussen zijn eigen werk en dat van anderen en tussen zijn eigen werk en het publiek. De student kan met zijn werk adequaat op doelgroepen inspelen Vermogen tot samenwerken
De student kan doelgericht verschillende rollen, verantwoordelijkheden en belangen in het ontwerpproces inzetten

- Algemeen beeldende ontwikkeling - Conceptontwikkeling

Textiel- en Modeontwerpen:
Sociale, culturele en economische oriëntatie verruimt de kennis en het studieproces en plaatst het in een bredere sociale context. De kennis van vorm, beeld, kleur en materie die verworven wordt in het onderzoek naar een etnische context met betrekking tot kleding, textiel en gedrag is een vaardigheid die nu geëxploreerd wordt. Na een eerste doelgerichte historische kennis te hebben verworven zal de student nu een ruimere visie ontwikkelen en zich verder verdiepen in de grote verscheidenheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Deze inzichten in de etnische en culturele eigenheid dienen als leidraad, inspiratiebron en analyse om een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld in de vorm van een collectie. Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een replica van het zelf gekozen kostuum en hier op geïnspireerd, een collectie in een coherent geheel van vijf ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde outfits of vijf ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde stofontwerpen.

Technisch ontwerpen textiel:
Het uitvoeren en realiseren van ontwerpen, het toepassen van technieken, het voorbereiden van het beoogde eindresultaat en de uitvoering ervan worden hier geëxploreerd en verder ontwikkeld.

Technisch ontwerpen mode:
Inzicht in vormstudie, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van 2-dimensioneel beeld naar 3-dimensionale vormen. Bij de vorming tot modeontwerper worden heel wat technische vaardigheden en technieken aangeleerd die noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het beroep en het uitwerken van een creatief idee.

Beeldontwikkeling:
Het concretiseren van een authentieke blauwdruk en een eigen beeldtaal is de algemene doestelling van dit studieonderdeel. In dit vak leert de student zelfstandig beelden ontwikkelen en concretiseren. In deze fase van de studie wordt extra aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van het portfolio in diverse richtingen met verschillende doeleinden: stage, sollicitatie, etc.

Fotografie:
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats kijken, later ook visualiseren. Een volgende stap is interpretatie. Dit betekent dat de student geoefend wordt in het uitwerken van een idee tot een beeld, via kijken en waarnemen.

Modeltekenen:
Tekenen naar levend model en stilleven. Waarnemen, ontdekken en vastleggen van verhoudingen in combinatie met techniek en een persoonlijke ontwikkeling van tekenstijl. Het is de bedoeling dat de waarneming sterk ontwikkeld wordt waarbij de nadruk gelegd wordt op het ontdekken van verhoudingen en het vastleggen ervan. Doelstelling is om de techniek in combinatie met een ontwikkeling van een persoonlijke tekenstijl te ontwikkelen.

Vlakke vorm en kleurstudie:
Het samenspel van lijn, kleur en oppervlak wordt hier geëxploreerd. Via begeleiding wordt de ontdekking, ontplooiing en beleving van de eigen talenten ontwikkeld via experiment, en met behulp van materie, structuur en kleur. Het ontwikkelen en uitbouwen van een persoonlijk handschrift. Het leren vastleggen van indrukken en gevoelens. Het zoeken naar een eigen expressie in vlakke vorm en kleur.
v Modetekenen:
Het ontwikkelen van een persoonlijk, leesbare illustratieve en/of technische schets ten behoeve van styling, illustratie, beeldvorming en technische uitwerking is het doel van dit cluster. Dit gebeurt via het in beeld brengen van stijl, vorm en ontwerp. De modetekening moet duiden, vertalen en visuele toelichting verschaffen bij een ontwerp liefst in combinatie met een detail en een sfeer.

Theoretisch domein

Kunstgeschiedenis:
Een goede theoretische bagage is noodzakelijk voor de kunststudent in het algemeen en voor de textiel- en modestudent in het bijzonder. Het betreft hier niet alleen kennis, maar ook inzicht in de geschiedenis, denkmodellen, theorieën, processen, etc. die zowel betrekking hebben op zijn eigen discipline, als op andere disciplines, voor zover deze bijdragen aan de vorming van de student als persoon en ontwerper. Voor een zinvolle inhoud van het beroep textiel en modeontwerper in het brede kader van de ontwikkeling van de kunst in het algemeen is een algemeen geschetst beeld van de kunstgeschiedenis én de beschouwing daarvan noodzakelijk.

Modebeschouwing:
De relatie mode met maatschappij, mode en context, mode en cultuur komt hier aan de orde. Er wordt kennis gemaakt met de maatschappelijke en inhoudelijk functie en relevantie van mode. Het zijn lessen in oriëntatie op omgeving, samenleving, gedrag en normen in relatie tot kledinggedrag. Tevens wordt een kritische houding ontwikkeld t.o.v. kledinggedrag en mode in het algemeen. en doet onderzoek naar de relatie levensstijl, ambachten en technieken. Met deze inzichten zal een student een folklore kostuum/thema analyseren. Uitgangspunt van deze cursus is oriëntatie en verdieping in het begrip mode en identiteit, vormstudie, silhouet en proportieleer. Het is de bedoeling dat de student kennis en inzicht verwerft met betrekking tot de uitgangspunten en karakteristieken van de Westerse kleding, modes en stijlperiodes.

Professioneel / maatschappelijk domein

Beroepsontwikkeling:
Vervolmaking van ontwerpprocedure en verdere ontwikkeling van eigen signatuur en opbouwen van een eigen collectie (totaalcollectie van 5 stofontwerpen/outfits) Kennismaking en analyse van huisstijl, voorbereiding van het portfolio gericht op diverse doeleinden: stage en pers.

Doorpas en conceptbespreking (analoog aan het bedrijfsleven of als zelfstandig ontwerper al dan niet werkend in teamverband) Ter voorbereiding op de presentatieopdracht van het vierde jaar zoals de realisatie van de jaarlijkse textielexpositie en de modeshow.

Eindfase /jaar 4 vt




De student dient zich tijdens deze fase van de studie de competenties van een textiel-/mode ontwerper eigen te maken.
Creërend vermogen
De student kan een eigenzinnig concept op innovatieve wijze ontwikkelen, uitwerken en inzetten
Vermogen tot kritische reflectie
De student kan zijn eigen werk relateren aan ontwikkelingen in het vak in een culturele en maatschappelijke context en hierin een stelling nemen.
Vermogen tot groei en vernieuwing
De student kan zijn ontwerpvisie zodanig verdiepen dat hij bijdraagt aan een eigentijdse beeldcultuur, hij is gedreven, nieuwsgierig en onderzoekend.
Organiserend vermogen
De student kan een inspirerende en functionele werksituatie voor zichezelf opzetten en in stand houden
Communicatief vermogen
De student kan zijn werk onderbouwd en inspirerend presenteren en er over onderhandelen met mijn opdrachtgevers.
Omgevingsgerichtheid
De student heeft een opvatting over de functie en plaats van textielontwerpen / modeontwerpen in de samenleving en de manier waarop hij zijn werk daarvoor kan inzetten.
Vermogen tot samenwerken
De student kan samenwerkingsverbanden regisseren en er inhoud en kwaliteit aan geven
- Algemeen beeldende ontwikkeling - Conceptontwikkeling

Artistiek /vaktechnisch domein

Textiel- en Modeontwerpen:
In de eindfase van de studie wordt er gewerkt aan de synthese van de eigen ontwikkeling met daarop aansluitend de eindscriptie met een onderwerp/inspiratie/concept naar eigen keuze, die uit bestaande, concrete onderwerpen bestaat of van abstracte, conceptuele aard is. De nadruk in deze laatste studiefase ligt voornamelijk op het individuele en autonome creatieproces en de persoonlijkheid van de vormgever in opleiding. Het onderwerp en de inspiratiebron zullen als leidraad dienen om via de persoonlijke blauwdruk en eigen signatuur tot een hedendaags, persoonlijk vertaalbeeld te komen in de vorm van een zelf ontworpen en vervaardigde collectie. Aan het einde van dit studiejaar presenteren de studenten samen met de resultaten van alle clusters een collectie in een coherent geheel van acht ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde outfits of acht ontworpen, ontwikkelde en uitgevoerde stofontwerpen.

Technisch ontwerpen textiel:
Het uitvoeren en realiseren van ontwerpen, het toepassen van technieken, het voorbereiden van het beoogde eindresultaat en de uitvoering ervan worden hier geëxploreerd en verder ontwikkeld.

Technisch ontwerpen mode:
Inzicht in vormstudie, patroonkennis, mouleren, draperen, modelleren, machine- en materiaalkennis, het omzetten van 2-dimensioneel beeld naar 3-dimensionale vormen. Bij de vorming tot modeontwerper worden heel wat technische vaardigheden en technieken aangeleerd die noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het beroep en het uitwerken van een creatief idee.

Ondersteunende vakken

Beeldontwikkeling:
Het concretiseren van een authentieke blauwdruk en een eigen beeldtaal is de algemene doestelling van dit studieonderdeel. In dit vak leert de student zelfstandig beelden ontwikkelen en concretiseren. In deze fase van de studie wordt extra aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van het portfolio in diverse richtingen met verschillende doeleinden: persoonlijke ontwikkeling en aanvulling, sollicitatie, etc…

Fotografie:
Door middel van de fotografie leert de student in de eerste plaats kijken, later ook visualiseren. Een volgende stap is interpretatie. Dit betekent dat de student geoefend wordt in het uitwerken van een idee tot een beeld, via kijken en waarnemen.

Modeltekenen:
Tekenen naar levend model en stilleven. Waarnemen, ontdekken en vastleggen van verhoudingen in combinatie met techniek en een persoonlijke ontwikkeling van tekenstijl. Het is de bedoeling dat de waarneming sterk ontwikkeld wordt waarbij de nadruk gelegd wordt op het ontdekken van verhoudingen en het vastleggen ervan. Doelstelling is om de techniek in combinatie met een ontwikkeling van een persoonlijke tekenstijl te ontwikkelen.

Theoretisch domein

Scriptie De student heeft kennis genomen van de belangrijkste ontwikkelingen in kunst en vormgeving. Hij is in staat hierover te reflecteren en zelfstandig onderzoek te doen en kan hiervan schriftelijk en mondeling verslag doen. Dit college bestaat uit individuele begeleiding in het afronden van de studie met een scriptie die relevant is voor het eigen werk, er een inhoudelijke diepgang aangeeft en inzicht verschaft in de visie en opvattingen van de student over kunst en vormgeving, ook in een historische context. Er wordt van de student ook een schriftelijke toelichting verlangd op het eigen eindexamenwerk met een kernomschrijving van thema en standpunten.

Professioneel / maatschappelijk domein

Beroepsontwikkeling:
De eindbeoordeling in de eindfase is tevens de afronding van de voorbereiding op het beroepsveld. Het presenteren van de textiel- en modecollecties gebeurd op diverse locaties in de stad. (een simulatie van beroepsgerelateerde parcours in Parijs, Milaan, New York tijdens de modeweken). De student zal het totaalbeeld vervolledigen met een eigen omgeving en het totaalgebeuren van de presentatie zelf regisseren. Door middel van een vooraf in kaart gebracht textiel- en modeparcours kunnen de eindexamencommissieleden de eindexamenkandidaten en hun collecties beoordelen. Dit parcours biedt de eindexamenstudent ook de mogelijkheid om zijn werk zowel aan pers als aan een groot publiek te tonen. Het tweede luik van de presentatiebeoordeling is de algemene textielexpositie en modeshow georganiseerd door de KABK.